Amir, Cecilia en Joris

Amir droomt van zelfstandigheid

Zijn ouders komen uit Afghanistan en hij werd geboren in Iran, toch noemt Amir (23) zich liefst noch Belg, noch Afghaan, maar ‘wereldburger’. Sinds hij 10 jaar geleden in België aankwam heeft Amir niet stilgezeten en hij heeft intussen een indrukwekkend palmares opgebouwd. Toen hij 15 jaar oud was, werd hij lid van het kidsparlement, hij deed mee met verschillende politieke campagnes en geeft lezingen. Intussen is Amir ook begeleider bij het Ananasproject.

Toen Amir net in België aankwam, kwam hij met zijn gezin als vluchtelingen uit Afghanistan. “Toen ik net in België was, was ik heel onzeker” begint Amir zijn verhaal. “Ik had het gevoel dat je als allochtoon niet dezelfde rechten had als anderen en ik voelde me minderwaardig. We kwamen uit Iran waar we niet als vluchteling erkend werden en een leven leidden als tweederangsburgers. We hadden geen rechten, we werden gediscrimineerd en we telden simpelweg niet mee als mensen.”

De bibliotheek

Dat gevoel begint stilaan te veranderen wanneer Amir Cecilia ontmoet in de plaatselijke bibliotheek. Zij was daar bibliotheekmedewerker en ze sprak hem op een dag aan toen hij schoolwerk maakte op een PC van de bib. Ze vroeg of het lukte, of ze kon helpen. Zo geraakten ze aan de praat. Vanaf die dag hielp Cecilia Amir boeken vinden die makkelijk leesbaar waren in het Nederlands. Na een tijdje leerde Amir ook Joris kennen, de toenmalige man van Cecilia. Beiden zetten zich enorm in voor Amir en zijn familie. “Ik besef nu dat Cecilia echt een brugpersoon voor ons is geweest. Onder vier ogen met iemand kunnen spreken die écht luisterde, dat was ongelooflijk waardevol” vertelt Amir. “Ik zie haar echt als een oma, ze heeft 10 jaar lang heel intensief voor ons gezorgd. En Joris is als een vader. Mijn eigen vader zorgde voor onze opvoeding en Joris voor onze mentale gezondheid.”

Ook omgekeerd heeft Amir intussen een heel speciale plek in Cecilia’s leven. “Ik was de allereerste burger die hem spontaan aansprak in België, in vertrouwen en met de nodige discretie” vertelt Cecilia. “Onze band is heel natuurlijk gegroeid en zonder het te beseffen is het overgegaan in ‘graag zien’. Ik zou het bijna vergelijken met adopteren. Toen ik Amir leerde kennen, was ik zelf net verhuisd en ik miste mijn kinderen enorm. Amir en zijn gezin zorgden voor een nieuwe zingeving in mijn leven. Ik was blij dat ik kon zorgen en iets kon betekenen voor dit gezin.”

“Wat je toevalt, moet je toelaten”, vertelt Joris over zijn band met Amir. “We hebben Amir heel toevallig leren kennen. Maar je moet er wel voor openstaan en elkaar de ruimte geven om een band op te bouwen. Vooringenomenheid en afkeer worden gecreëerd door negatieve beeldvorming. Als je dat weet te doorprikken, dan zie je natuurlijk dat daar niets van staande blijft.” Joris vindt het belangrijk om jongeren een engagement te tonen waar ze zelf van kunnen leren. Veel jonge vluchtelingen zijn al genoeg teleurgesteld geweest in hun leven. “Ik zal Amir en zijn familie nooit in de steek laten en dat gevoel is, denk ik, heel waardevol”, vertelt Joris.

“In het begin was de band tussen ons en Amir misschien schijnbaar eenzijdig. Maar ik zeg schijnbaar want de vriendschap en trouw die wij van Amir en zijn familie tot op de dag van vandaag mogen ontvangen, is onbetaalbaar. Die trouw is als een draad die je voor de rest van het leven sterk houdt”

Dromen van zelfstandigheid

Amir heeft al veel bereikt sinds zijn aankomst in België. Hij is enorm taalvaardig en politiek geëngageerd. Hij is een voorbeeldfiguur voor velen en fungeert als contactpersoon voor jonge vluchtelingen en anderen. Toch zijn dat niet de verwezenlijkingen waar Amir het meest fier op is.

“Als ik één droom zou moeten naar voorschuiven die ik heb kunnen verwezenlijken, dan is dat zelfstandig worden”, vertelt hij. “Op dit moment ben ik trots dat ik me gelijkwaardig voel. Ik heb op verschillende manieren gestreden om mijn rechten te kennen, ik heb me geïntegreerd, ik heb een netwerk opgebouwd en nu, na tien jaar, ben ik ontzettend fier op waar ik sta. Wij hebben een Perzisch spreekwoord dat zegt: ‘Ooit was ik bagage en nu draag ik die zelf. Eindelijk kan ik andere mensen helpen in plaats van geholpen te worden. Dat is voor mij het belangrijkste.”